Artikelindex

Submit to Facebook

Hierboven zie je een inhoudsopgave van de kollums geschreven door

Johan de Cleermaeckere.

Om te voorkomen dat je moet zoeken naar je favoriete kollum, kun je eenvoudig klikken op een kollum die je (nog eens) wilt lezen.

Veel leesplezier!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

VENTOUX

 

11 juli 2013

Johan de Cleermaeckere

 

 

Vanonder de luifel boven het terras van bar-restaurant de l’Observatoire in Bédoin kun je hem zien; hemelsbreed misschien niet meer dan tien kilometer van je verwijderd, kijkt hij op je neer; op de fiets is ie ruim eenentwintig: de top van de Mont Ventoux.

Zaterdag aanstaande is het precies 46 jaar geleden dat Tommy Simpson er zijn Waterloo vond: 13 juli 1967. Zoveel jaar en één dag later -zondag 14 juli- is de finish van de 15de etappe van de Tour de France 2013 na 242,5 km op de top van die winderige ‘kale berg’.

Tijdens die gedenkwaardige etappe van Marseille naar Carpentras die 13de juli 1967 is het ondraaglijk warm: 40°C in de zon. Na Bédoin begint het voltallige peloton aan de beklimming van de Mont Ventoux. Na een aantal kilometers demarreert Jimenez, alleen Poulidor kan de aanval beantwoorden. Zij krijgen een tijdje gezelschap van o.a. geletruidrager Pingeon, Gimondi, Aimar, Janssen en Simpson. Jimenez demarreert opnieuw, alleen Poulidor kan het wiel houden en samen bereiken zij Chalet Reynard. Simpson moet lossen uit het achtervolgende groepje en wordt ingelopen door andere renners. Jimenez rijdt ondertussen weg van Poulidor die op zijn beurt wordt bijgehaald door het groepje Pingeon.

Simpson is ondertussen begonnen aan de laatste twee kilometer; hij zigzagt over de weg en valt; begeleiders en supporters helpen hem op zijn fiets, maar enkele meters verder valt hij opnieuw, "Put me on my bike!", weer wordt ie op z'n fiets gezet maar valt opnieuw. Dokter Dumas biedt eerste hulp en probeert 1300 meter van de top met mond-op-mondbeademing en daarna met zuurstof opnieuw leven te krijgen in Simpson. Tommy Simpson overlijdt in de helikopter onderweg naar het ziekenhuis in Avignon.

Verhalen over doping, gebruik van geneesmiddelen, amfetamine en alcohol doen de ronde; Tommy zou zelfs een calvados gedronken hebben! Romantici weten te vertellen dat dat gebeurde in Bar l’Observatoire in Bédoin!!

 

 

 ...ondanks dat het feit, dat het geen wieler-boek is, kan ik me niet aan de indruk ont-trekken dat vooral wielerliefhebbers het boek op hun nacht- kastje hebben liggen.

Bijna 46 jaar na datum -in mei 2013- brengt voormalig wielerjournalist en huidig columnist en schrijver Bert Wagendorp een boek uit: Ventoux; binnen een maand is het een bestseller! En alhoewel Bert benadrukt, dat het geen wielerboek is, maar een boek over hechte vriendschap, kan ik me niet aan de indruk onttrekken, dat toch vooral wielerliefhebbers het boek op hun nachtkastje hebben liggen. Een boek waarin op 25 juni 1982 een dichter verongelukt in de afdaling van de ‘kale berg’ en waarin 30 jaar later zijn vijf beste vrienden terugkeren naar de Provence. Wat is er precies gebeurd 30 jaar geleden?

 

 

Joanne Simpson -de jongste dochter van Tom, ze was 4 jaar toen hij stierf- maakte op 13 juli 1997, precies 30 jaar ná de dood van haar vader, af wat hij niet had gekund: de top van de Mont Ventoux bereiken. Zij had flink getraind en met enkele sympathisanten zou er vertrokken worden vanuit Sault; de Memorial Tom Simpson 1997 was geboren.

Om 10.15 werd gestart en tot aan Chalet Reynard werd er gefietst in een rustig tempo. De laatste 6 km was voor iedereen erg lastig, de top werd bereikt om 12.30 uur. Moeder en dochter vielen mekaar in de armen.

Even later werd afgedaald naar het monument van Tom, 1300 meter onder de top richting Chalet Reynard. Daar werd een bloemenhulde gebracht; een ontroerend moment. Joanne en zus Jane brachten op het monument een metalen plaatje aan met als opschrift:

 

Zondag 14 juli -46 jaar en één dag later- fietst het peloton langs het monument van Tom Simpson. Zullen ze er oog voor hebben 1300 meter vóór de finish? Hun petje afnemen zoals Eddy Merckx ooit deed, zal niet gaan; een helm al helemaal niet. Afstappen voor een buiging? Kan niet!! Een blik opzij? We zullen ’t zien aanstaande zondag.

 


 

 

VINO

 

30 juli 2012

Johan de Cleermaeckere 

 

 

Wijn bestaat al duizenden jaren; in het voormalige Mesopotamië zijn bij archeologische opgravingen kruiken gevonden van 7000 jaar geleden met daarin sporen van wijn. De oorspronkelijke wilde wijnstok, de Vitis vinifera, komt uit de Kaukasus en door de centrale ligging van dat gebied kon deze wijnwingerd zich snel verbreiden over onder andere Giekenland en Italië. Dit laatste land produceert inmiddels de meeste hectoliters per jaar van dit heerlijke vocht.

Chemisch gezien is wijn een mixture van water, suikers, alcohol, reservatrol, quercetine, tannine, sulfiet en nog wat andere zaken. Er zijn vele soorten wijnen: rood, wit, rosé, mousserende wijnen, retsina (met hars), Port, Sherry, Madeira (alle met alcohol versterkt), Vermouth, waaraan kruiden toegevoegd zijn. Ik beperk me tot de vino tinto en de vino blanco.

De vino tinto krijgt zijn kleur vanwege de blauwe wijndruif; de schil, met daarin de rode kleurstof, geeft kleur aan de wijn; hoe langer deze in de most (het druivensap) blijft zitten, hoe intenser de rode kleur. Vino blanco kan gemaakt worden van blauwe, maar vaak worden witte druiven gebruikt. De witte kleur ontstaat doordat alleen het druivensap wordt gebruikt, waarin geen kleurstoffen zitten.

Er kan, denk ik, vrij eenvoudig met wijn gesjoemeld worden; beetje meer tannine, ietsje minder quercetine, likje meer van dat, mespuntje minder van dit. Het fenomeen ‘hoofdpijnwijn’ wijst in die richting. In Italië wordt volgens de wereldvoedselorganisatie 50.500.000 hectoliter wijn op jaarbasis geproduceerd.

Nu is Italië niet alleen een belangrijk wijn producerend land  -en is er dus een gerede kans dat er gesjoemeld wordt- het is ook een knotsgek wielerland. Je hoeft niet perse een wielerkenner te zijn om te weten, dat in die sport behoorlijk gerommeld wordt. Er schijnen zelfs Italiaanse doktoren te zijn, die zich daarin gespecialiseerd hebben; Michele Ferrari bijvoorbeeld, wat zal je dan snel gaan als wielrenner! Doping is fout en de sport -zeker de wielrensport- moet schoon worden, vinden renners en officials. Maar doping is al zou oud als de Olympische Spelen! Al in de vijfde eeuw voor Christus werd de Olympiërs van alles toegediend: van moedermelk van jonge mama’s tot de pis van grote wilde dieren. Er zit veel menselijks in het genieten van een bovenmenselijke prestatie; het gaat kennelijk om theater, drama, spanning en spektakel. En daar geeft een sporter veel voor over.

 

Er zit veel menselijks

in het genieten van

een bovenmenselijke

prestatie; het gaat

kennelijk om theater,

drama, spanning en

spektakel.

En dan wordt op de eerste dag van de London 2012 Olympic Games Vinokoerov, koosnaampje Vino, uit Kazachstan -in de buurt van de Kaukasus!- kampioen bij de Olympische wegwedstrijd voor mannen. Aanvankelijk zou hij niet meedoen na een zware valpartij in de Tour van 2011: gebroken heup. De gedachte dat hij voor de vijfde keer aan Olympische Spelen zou kunnen deelnemen, deed hem al snel op zijn besluit terugkomen. De Kazak is -zoals velen- niet onomstreden in de wielrennerij; in 2007 werd hij positief bevonden tijdens de Tour de France, bloeddoping, en geschorst voor twee jaar. Daarvoor was hij al betrokken bij de Spaanse dopingzaak Operación Puerto. Het kostte hem de Spelen van 2008. In 2009 keert hij terug in verschillende koersen en wint onder andere LBL door € 100.000 over te maken op de rekening van Kolobnev, die op wonderbaarlijke wijze ‘stilviel’ vlak voor de finish in Luik.

 

Dan nu de laatste honderden meters van de Olympische wegwed- strijd 2012; welke rare hersenkronkel deed Uran Uran besluiten naar links te kijken, terwijl het gevaar van rechts kwam? Om vervolgens nog eens helemaal naar links te zwalken, zodat Vino de gouden Olympische medaille niet meer kon mislopen. Kort voor deze merkwaardige actie hadden ze even gesproken. “Ik had de benen niet meer om te sprinten,” sprak de Colombiaan. En de winnaar? “Ik heb bewezen dat ik schoon kan terugkeren in de sport.” Is hij inderdaad een schone Vino, een vino blanco of zit er toch een kleurtje aan, is ie een vino tinto? Spreekt hij de waarheid? In Vino veritas?

Dat is nog maar de vraag na het opgevoerde toneelstukje van afgelopen zaterdag in de buurt van Buckingham Palace, waar in 2009 het paard van Queen Elizabeth positief bevonden werd.

 

 

 {fcomment id=17} {ttweet}

 


 

 

BERT

 

24 juli 2012

Johan de Cleermaeckere

 

 

De tour is voorbij, afgelopen ook. Was al afgelopen vóór dat ie voorbij was. Al na de eerste tijdrit was er de beslissing; le maillot jaune stevig om de schouders van een Brit! Een enkele keer zagen we nog een etappe waarvan de kenners zeiden: laatste jaren niet zo’n boeiende strijd meegemaakt; de Alpenrit van Albertville naar La Toussuire schijnt er zo één geweest te zijn. Daarna werd vooral nog gesproken over de saaiheid en het ‘kunnen wegtrappen van wattages’. Aanvallen in de Pyreneeën deed de Brit af met “laat maar gaan: 500 watt trappen houen ze niet vol; we pakken ze zo terug”. Saai? Doodsaai vond ik 't; niemand die meer over enkele reuzencols achter elkaar fladdert -Boogerd over de Madeleine en La Plagne!-; geen gele truidrager die iets onderneemt, dat enigszins op heroïek lijkt, geen dramatische tweestrijd op een angstaanjagende col. Niets van dat al! Het moderne fietsen is verworden tot wattages trappen.

Dat gevoel, dat ‘le tour’ zo snel ten einde was en bovendien saai, komt ook door de prestaties van de Nederlandse renners: die waren er namelijk niet. Daar ben je snel klaar mee. 

 

Dan heb ik de afgelopen drie weken meer genoten van zaken rondom ‘la Grande Boucle’. Met name de avondetappe geleid door een goed in vorm zijnde Mart Smeets. Alhoewel ik geen fan ben, ben ik de man meer gaan waarderen door de muziek die hij draait op de radio. Prachtige nummers van Gram Parsons en Emmylou Harris onder andere. Mart had prettige side-kicks uitgenodigd in de personen van Bert Wagendorp, Thijs Zonneveld en Edwin Winkels; alleen Thijs was ooit wielrenner  -winnaar derde etappe in Volta Ciclista Internacional a Lleida, off all courses!- de andere twee meer toerfietsers en Bert is dan de betere, heb ik het idee; alle drie zijn ze liefhebber, maar Bert ook weer meer, denk ik.

 

 

Daarom ook was het in

die eerste tourweek

zo prettig om naar de

Avondetappe te kijken:

vanwege Bert ...

Hij versloeg van ’89 tot ’94 zes keer de tour voor de Volkskrant. Hij debuteerde als schrijver met de prachtige wielerroman ‘Proloog’: een beklemmende beschrijving van een doorwaakte nacht van een wielrenner die de proloog van de Tour de France moet winnen. Bert is bovendien medeoprichter en redacteur van het literaire wielertijdschrift ‘De Muur’. Sinds 2006 is hij de opvolger van Jan Blokker als columnist van de Volkskrant. Maar vooral: Bert is een Achterhoeker, geboren en getogen in Groenlo. Daarom ook was het in die eerste tourweek zo prettig om naar de avondetappe te kijken: vanwege Bert die de kijker uitlegde dat Gesink ook een Achterhoeker is en dus  -net als hij, Bert- rustig. En over Guus, die andere beroemde Achterhoeker, ook weinig poeha vond Bert. Een kleine week later wijdde hij een column in zijn krant aan die andere geweldenaar uit de Achterhoek: Gerrit Komrij, dichter, schrijver, criticus essayist, die enkele dagen daarvoor was overleden. Bert schreef in zijn column dat hij een beetje nerveus was voor een ontmoeting met de mede-Achterhoeker, misschien had Komrij wel een hekel aan Volkskrantjournalisten of wilde hij niet herinnerd worden aan zijn Achterhoekse roots. Maar nee! 'Groenlo!', riep hij (Komrij) blij, toen ik vertelde dat ik daar was geboren. 'Daar heb ik in 1961 mijn eerste jongen gekust! Achterin de Nederlands Hervormde kerk!'

En dan, als Bert in de Avondetappe vertelt over het Achterhoeker-zijn, over het karakter van de Achterhoeker, dan spreekt hij de woorden: “Ik ben een Achterhoeker en daar ben ik trots op!” Even moest ik denken aan  JFK die -orerend bij de Berlijnse muur- de historische woorden sprak ‘Ich bin ein Berliner’. Maar dat was maar even; Kennedy is geen Wagendorp! Bert -al geruime tijd uit de Achterhoek verdwenen- blijft zijn roots trouw en zet met behulp van de Avondetappe zijn prachtige geboortegebied flink op de kaart. Hulde Bert! Volgend jaar maar weer.

 

{fcomment id=17} {ttweet}

 


 

 

BOLLETJESTRUI

 

 

19 juni 2012

Johan de Cleermaeckere

  

Er is één grote ronde  -Giro d’ Italia-  achter de rug en de andere  -door velen gezien als nog groter: le Tour de France-  start op 30 juni aanstaande. Onwillekeurig moet ik denken aan truien en niet vanwege het weer van de laatste tijd; nee, het is een wirwarrende brij van allerlei tricots in mijn hoofd: leiderstruien, puntentruien, jongerentruien, combinatietruien, gele truien, roze truien, blauwe truien, witte truien, paarse truien. De meest intrigerende trui, wat mij betreft de trui der truien, vind ik de bolletjestrui: de bergtrui in de rondes van Frankrijk en Spanje. Die bergtrui bestaat in de Tour de France pas sinds 1975; eerste drager: Joop Zoetemelk, eerste winnaar: Lucien van Impe; Nederlandse winnaars: Steven Rooks en Gert-Jan Theunisse. Vóór die tijd kreeg de bergkoning simpelweg een bergprijs.

 

De trui intrigeert me vanwege de naam: bolletjestrui; in het Frans ‘maillot à pois’ (erwtjestrui!). Waarom die naam? Alle andere truien zijn immers ‘kleurtruien’! Geel voor de winnaar van de Tour, roze voor die van de Giro, rood in de Spaanse Vuelta en zo zijn er meer truien en in een scala aan kleuren en kleurencombinaties. En dan is daar opeens -als een soort vliegenzwam- de ‘bolletjestrui’: wit met rode stippen. Bolletjestrui! Die naam?

Berg is in het Frans ‘montagne’ en trui -laten we zeggen- ‘tricot’; tricot montagne zou dus voor de hand liggen en iedereen weet dan ook wat er mee bedoeld wordt en vooral wáár die trui gewonnen dient te worden. Nu heten in Frankrijk ten tijde van ‘le Tour’ de bergen geen ‘montagne’, maar col. Tricot des Colles -in het Nederlands gewoon coltrui- zou dan een voor de hand liggende naam zijn. Maar nee, het is bolletjestrui.

 

 

 ...wordt er ronduit

en rondborstig

recht gedaan

aan de

driedimensionaliteit ...

In de wiskunde is een bol een voorwerp, dat rond is aan alle kanten: het is een ruimtelijke figuur in 3D! Hetzelfde geldt in de Franse wiskunde voor de ‘pois’: ook 3D! Bij nadere ‘bestudering’ van de bolletjestrui valt echter op dat de bolletjes eigenlijk cirkeltjes zijn; ze zijn in 1D, dat wil zeggen: ze zijn PLAT! Voor een bergtrui! Dat moet dus anders!

 

Ik opteer daarom voor een variant van de Maagdenburger halve bollen: deze worden door ze tegen elkaar te houden en vacuüm te zuigen onlosmakelijk met elkaar verbonden. In Italië hebben ze dat goed begrepen; de Italiaan wéét dat bepaalde -zij het soms wat peervormige-  bollen innig, liefdevol en onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Daarnaast wordt er ronduit en rondborstig recht gedaan aan de driedimensionaliteit van deze trui. Zó hoort de ware bolletjestrui te zijn. Leve de Italiaanse bolletjestrui! Bella! Bellissimo!

 

 

 {fcomment id=17} {ttweet}

 


 

 

TZB'er                

 

1 juni 2012

Johan de Cleermaeckere  

 

Enkele dagen terug werd in de Gelderlander een dubbelpagina gewijd aan de ZZP'er [zelfstandige zonder personeel] onder de kop: Nieuwe armen op de bouwplaats. De bijgevoegde foto gaf mij even de indruk, dat het ging om de lichaamsdelen  -de armen-  van deze bouwvakkende medeburgers. Hoe fout!

De man was niet verzekerd, had geen geld op de bank staan, bouwde geen pensioen op, werkt hele lange dagen  -hongerloontje-  en staat met vorst gewoon op de steigers. De man, die anoniem wil blijven  -wil geen klanten verliezen-  weet één ding zeker: "Het werk op de bouwplaats wordt gedaan door een nieuwe kaste armen die vele uren moeten maken om rond te komen."

In de Toerpraat [wijlen het clubblad van TCE] van januari 1992 tref ik ook een ZZP-artikel aan; het gaat over zadel, zeem en pijn. In het artikel melden onderzoekers van TU Delft dat zeker één miljoen Nederlanders last heeft van zadelpijn. Waardoor ontstaat deze vervelende aandoening bij de slaven van de weg? Zij zitten door, ze schuren over het zadel, hun trappers zijn te ver weg en daardoor fietsen ze 'heupwiegend'. Een toerfietser, die anoniem wil blijven  -wil geen tochtje missen-  verhaalt: "Mijn zadelpunt staat te hoog en daardoor krijg ik pijnlijke zitbotjes. En mijn geslachtsorgaan wordt wel erg vaak gevoelloos. Je kunt je daar niet tegen verzekeren; we horen tot een nieuwe kaste slaven, die niet meer aan hun trekken komen."

 

Woutje Wagtmans en Wim van Est zongen het ooit al in een

Tour de France liedje:

Je zadel schaaft en schuurt

Geen water in de buurt

De zon is moordend heet

De wegen zijn niet breed

Een slechte derailleur

Of andere malheur

Dat maakt met krampen, pech

Je tot slaven van de weg

         

 

Zijn toerfietsers de ZZP'ers van de weg geworden?

 

 ...wielrenners zijn kerels uit één stuk, doordouwers, bikkeleaars, stoempers...

Professionele wielrenners werden inderdaad wel de slaven van de weg genoemd. Wérden! Want het zijn geen zielige 'gevangenen van hun sport'; het zijn goed betaalde topsporters die het hoogste willen bereiken. Waar topvoetballers vaak veel weg hebben van prima ballerina's, daar zijn wielrenners kerels uit één stuk, doordouwers, bikkelaars, stoempers, hélden. Die zich het snot voor de ogen fietsen; die  -om in hun jargon te blijven-  de ballen bij anderen er willen afdraaien.

De enigszins fanatieke toerfietser spiegelt zich hieraan, gaat ook 'koersen', zoekt de ultieme uitdaging in lange tochten, cyclosportieven, toerversies van voor- en najaar klassiekers. En ... hij lijdt ...... Zadel-  en zeempijn.

ZZP'er? Welnee! 

 

De onderzoekers van TU Delft melden dat veel fietsers hun stalen ros kopen op kleur en vorm, misschien ook het merk. Belangrijk! Maar ondergeschikt aan het juiste zadel, juiste hoogte van het zadel, juiste afstand tussen zadel en stuur; daarnaast doen een goede zeem en een perfecte zalf  -voorheen broekenvet-  wonderen: zij verzachten het lijden!

Heeft een toerfietser met behulp van deze aanwijzingen en middeltjes nog steeds klachten, dan is hij geen ZZP'er maar een TZB'er: Toerfietser Zonder Ballen.

 

 

 {fcomment id=17} {ttweet}

 


 


LAMPEKOPSTUUR

 

23 mei 2012

Johan de Cleermaeckere

 

In de jaren  tachtig van de vorige eeuw introduceerde de Amerikaanse wielrenner Greg Lemond het zogenoemde 'ossenkopstuur'. Hij deed dat op, achteraf gezien, een wel zeer cruciaal moment, namelijk tijdens de slotrit van de Tour de France van 1989. Deze laatste etappe was een tijdrit van Versailles naar de Champs d' Élysée in Parijs. Het leek er in die Tour aanvankelijk helemaal niet op dat "de cowboy uit Reno" een potje zou breken, alhoewel hij verraste met een paar knappe tijdritten en in de bergetappes heftig schokschouderend meestoempte; een stijlvolle coureur was Lemond nooit.

En toen kwam die laatste tijdrit; 50 seconden was de voorsprong van geletruidrager Laurent Fignon, bijgenaamd 'le professeur' vanwege een studie psychologie, op Greg Lemond. Verslaggevers keken met verbaasde ogen naar de Amerikaan of beter gezegd naar zijn fiets; om heel precies te zijn, was het zijn stuur dat de aandacht trok.

 

Stuur?

Een in een merkwaardige vorm gebogen, sommigen zouden later zeggen verbogen, stuk staal dat, samen met de rest, een plekje had gevonden op het balhoofdstel van de fiets van deze cowboy. Met zijn ellebogen leunend op de 'ossenkop', want zo ging dat ding heten, scheerde Lemond in sneltreinvaart over de Franse wegen richting de Champs d' Élysée. Het wielerjournaille raakte tijdens deze slotetappe steeds opgewondener en op "ici radio Tour de France" waren de 'merdes' niet van de lucht: deze vermaledijde Amerikaan kan niet alleen raak schieten met hagel, maar ook knallen uitdelen op een racefiets met een merkwaardig stuur. Kilometer voor kilometer knabbelde hij seconden af van de voorsprong van de Franse favoriet om uiteindelijk met 8 seconden verschil deze Tour te winnen. Ossenkop for president!


 

 

Vernieuwend? Nou, nee!

 

Het 'koplampenstuur', zoals de jonge uitvinders hun ontdekking noemden,

was ontstaan.

In de tweede helft van de jaren zestig van de vorige eeuw, dus ruim 20 (twintig!) jaar voor de manifestatie van Lemond's ossenkop, fietste een groepje jonge studenten dagelijks van de buurtschap Lintelo naar het stadje Doetinchem om daar ter kweekschool te gaan. Een afstand van 25 km heen en 25 km terug, 6 dagen per week, 5 jaren lang. Aangezien het in ons land vaak zo is, dat de wind waait uit het westen, hadden deze knapen des morgens de wind van voren  -en arriveerden ze te laat, dan krégen ze die van voren-  en des middags hielp diezelfde wind hen een handje. Nu waren deze knapen niet alleen min of meer serieuze studenten, ook hielden ze ervan elkaar sportief uit te dagen. Dit kwam dan meestal neer op: wie kan 's middags het hardst van Doetinchem naar Lintelo fietsen. Het overgrote deel van het traject ging dat 'en peloton' en een sprint aan het eind bepaalde de winnaar. Een enkele maal werd er vreselijk hard "kop over kop" gekoerst.

En toen is het gebeurd, dat deze knapen een belangwekkende uitvinding deden. Ze kromden hun ellebogen in een hoek van ongeveer 90 graden, pakten met de binnenkant van hun beide handen de koplamp van hun fiets vast even voorbij het balhoofd en aldus in een perfect gestroomlijnde houding zoefden zij via Westendorp en Varsseveld richting Lintelo. Het 'koplampenstuur', zoals de jonge uitvinders hun ontdekking noemden, was ontstaan.

 

Lange tijd, tot ver in dit millennium, ben ik deze benaming en de houding die daarbij hoort, blijven gebruiken. Maar de laatste jaren spreek ik van 'lampekopstuur'. De reden hiervoor is, dat een politiek persoon met een geblondeerde coiffure uit het zuiden des lands het woord 'kopvoddentaks' heeft geïntroduceerd. Natuurlijk heeft dit woord 'an sich' niets met het bedoelde stuur te maken, maar toch ... Hoe (be)stuurt de bedenker en gebruiker van dat woord? Bovendien vind ik de dictie van beide woorden te veel op elkaar lijken; als je het een zegt, hoor ik het ander.

Daarom absoluut géén 'ossenkopstuur' en zeker géén 'koplampenstuur'; het nieuwe woord luidt: 'lampekopstuur'!

 

{fcomment id=17} {ttweet}