Artikelindex

 

 

BERT

 

24 juli 2012

Johan de Cleermaeckere

 

 

De tour is voorbij, afgelopen ook. Was al afgelopen vóór dat ie voorbij was. Al na de eerste tijdrit was er de beslissing; le maillot jaune stevig om de schouders van een Brit! Een enkele keer zagen we nog een etappe waarvan de kenners zeiden: laatste jaren niet zo’n boeiende strijd meegemaakt; de Alpenrit van Albertville naar La Toussuire schijnt er zo één geweest te zijn. Daarna werd vooral nog gesproken over de saaiheid en het ‘kunnen wegtrappen van wattages’. Aanvallen in de Pyreneeën deed de Brit af met “laat maar gaan: 500 watt trappen houen ze niet vol; we pakken ze zo terug”. Saai? Doodsaai vond ik 't; niemand die meer over enkele reuzencols achter elkaar fladdert -Boogerd over de Madeleine en La Plagne!-; geen gele truidrager die iets onderneemt, dat enigszins op heroïek lijkt, geen dramatische tweestrijd op een angstaanjagende col. Niets van dat al! Het moderne fietsen is verworden tot wattages trappen.

Dat gevoel, dat ‘le tour’ zo snel ten einde was en bovendien saai, komt ook door de prestaties van de Nederlandse renners: die waren er namelijk niet. Daar ben je snel klaar mee. 

 

Dan heb ik de afgelopen drie weken meer genoten van zaken rondom ‘la Grande Boucle’. Met name de avondetappe geleid door een goed in vorm zijnde Mart Smeets. Alhoewel ik geen fan ben, ben ik de man meer gaan waarderen door de muziek die hij draait op de radio. Prachtige nummers van Gram Parsons en Emmylou Harris onder andere. Mart had prettige side-kicks uitgenodigd in de personen van Bert Wagendorp, Thijs Zonneveld en Edwin Winkels; alleen Thijs was ooit wielrenner  -winnaar derde etappe in Volta Ciclista Internacional a Lleida, off all courses!- de andere twee meer toerfietsers en Bert is dan de betere, heb ik het idee; alle drie zijn ze liefhebber, maar Bert ook weer meer, denk ik.

 

 

Daarom ook was het in

die eerste tourweek

zo prettig om naar de

Avondetappe te kijken:

vanwege Bert ...

Hij versloeg van ’89 tot ’94 zes keer de tour voor de Volkskrant. Hij debuteerde als schrijver met de prachtige wielerroman ‘Proloog’: een beklemmende beschrijving van een doorwaakte nacht van een wielrenner die de proloog van de Tour de France moet winnen. Bert is bovendien medeoprichter en redacteur van het literaire wielertijdschrift ‘De Muur’. Sinds 2006 is hij de opvolger van Jan Blokker als columnist van de Volkskrant. Maar vooral: Bert is een Achterhoeker, geboren en getogen in Groenlo. Daarom ook was het in die eerste tourweek zo prettig om naar de avondetappe te kijken: vanwege Bert die de kijker uitlegde dat Gesink ook een Achterhoeker is en dus  -net als hij, Bert- rustig. En over Guus, die andere beroemde Achterhoeker, ook weinig poeha vond Bert. Een kleine week later wijdde hij een column in zijn krant aan die andere geweldenaar uit de Achterhoek: Gerrit Komrij, dichter, schrijver, criticus essayist, die enkele dagen daarvoor was overleden. Bert schreef in zijn column dat hij een beetje nerveus was voor een ontmoeting met de mede-Achterhoeker, misschien had Komrij wel een hekel aan Volkskrantjournalisten of wilde hij niet herinnerd worden aan zijn Achterhoekse roots. Maar nee! 'Groenlo!', riep hij (Komrij) blij, toen ik vertelde dat ik daar was geboren. 'Daar heb ik in 1961 mijn eerste jongen gekust! Achterin de Nederlands Hervormde kerk!'

En dan, als Bert in de Avondetappe vertelt over het Achterhoeker-zijn, over het karakter van de Achterhoeker, dan spreekt hij de woorden: “Ik ben een Achterhoeker en daar ben ik trots op!” Even moest ik denken aan  JFK die -orerend bij de Berlijnse muur- de historische woorden sprak ‘Ich bin ein Berliner’. Maar dat was maar even; Kennedy is geen Wagendorp! Bert -al geruime tijd uit de Achterhoek verdwenen- blijft zijn roots trouw en zet met behulp van de Avondetappe zijn prachtige geboortegebied flink op de kaart. Hulde Bert! Volgend jaar maar weer.

 

{fcomment id=17} {ttweet}