Artikelindex

 


LAMPEKOPSTUUR

 

23 mei 2012

Johan de Cleermaeckere

 

In de jaren  tachtig van de vorige eeuw introduceerde de Amerikaanse wielrenner Greg Lemond het zogenoemde 'ossenkopstuur'. Hij deed dat op, achteraf gezien, een wel zeer cruciaal moment, namelijk tijdens de slotrit van de Tour de France van 1989. Deze laatste etappe was een tijdrit van Versailles naar de Champs d' Élysée in Parijs. Het leek er in die Tour aanvankelijk helemaal niet op dat "de cowboy uit Reno" een potje zou breken, alhoewel hij verraste met een paar knappe tijdritten en in de bergetappes heftig schokschouderend meestoempte; een stijlvolle coureur was Lemond nooit.

En toen kwam die laatste tijdrit; 50 seconden was de voorsprong van geletruidrager Laurent Fignon, bijgenaamd 'le professeur' vanwege een studie psychologie, op Greg Lemond. Verslaggevers keken met verbaasde ogen naar de Amerikaan of beter gezegd naar zijn fiets; om heel precies te zijn, was het zijn stuur dat de aandacht trok.

 

Stuur?

Een in een merkwaardige vorm gebogen, sommigen zouden later zeggen verbogen, stuk staal dat, samen met de rest, een plekje had gevonden op het balhoofdstel van de fiets van deze cowboy. Met zijn ellebogen leunend op de 'ossenkop', want zo ging dat ding heten, scheerde Lemond in sneltreinvaart over de Franse wegen richting de Champs d' Élysée. Het wielerjournaille raakte tijdens deze slotetappe steeds opgewondener en op "ici radio Tour de France" waren de 'merdes' niet van de lucht: deze vermaledijde Amerikaan kan niet alleen raak schieten met hagel, maar ook knallen uitdelen op een racefiets met een merkwaardig stuur. Kilometer voor kilometer knabbelde hij seconden af van de voorsprong van de Franse favoriet om uiteindelijk met 8 seconden verschil deze Tour te winnen. Ossenkop for president!


 

 

Vernieuwend? Nou, nee!

 

Het 'koplampenstuur', zoals de jonge uitvinders hun ontdekking noemden,

was ontstaan.

In de tweede helft van de jaren zestig van de vorige eeuw, dus ruim 20 (twintig!) jaar voor de manifestatie van Lemond's ossenkop, fietste een groepje jonge studenten dagelijks van de buurtschap Lintelo naar het stadje Doetinchem om daar ter kweekschool te gaan. Een afstand van 25 km heen en 25 km terug, 6 dagen per week, 5 jaren lang. Aangezien het in ons land vaak zo is, dat de wind waait uit het westen, hadden deze knapen des morgens de wind van voren  -en arriveerden ze te laat, dan krégen ze die van voren-  en des middags hielp diezelfde wind hen een handje. Nu waren deze knapen niet alleen min of meer serieuze studenten, ook hielden ze ervan elkaar sportief uit te dagen. Dit kwam dan meestal neer op: wie kan 's middags het hardst van Doetinchem naar Lintelo fietsen. Het overgrote deel van het traject ging dat 'en peloton' en een sprint aan het eind bepaalde de winnaar. Een enkele maal werd er vreselijk hard "kop over kop" gekoerst.

En toen is het gebeurd, dat deze knapen een belangwekkende uitvinding deden. Ze kromden hun ellebogen in een hoek van ongeveer 90 graden, pakten met de binnenkant van hun beide handen de koplamp van hun fiets vast even voorbij het balhoofd en aldus in een perfect gestroomlijnde houding zoefden zij via Westendorp en Varsseveld richting Lintelo. Het 'koplampenstuur', zoals de jonge uitvinders hun ontdekking noemden, was ontstaan.

 

Lange tijd, tot ver in dit millennium, ben ik deze benaming en de houding die daarbij hoort, blijven gebruiken. Maar de laatste jaren spreek ik van 'lampekopstuur'. De reden hiervoor is, dat een politiek persoon met een geblondeerde coiffure uit het zuiden des lands het woord 'kopvoddentaks' heeft geïntroduceerd. Natuurlijk heeft dit woord 'an sich' niets met het bedoelde stuur te maken, maar toch ... Hoe (be)stuurt de bedenker en gebruiker van dat woord? Bovendien vind ik de dictie van beide woorden te veel op elkaar lijken; als je het een zegt, hoor ik het ander.

Daarom absoluut géén 'ossenkopstuur' en zeker géén 'koplampenstuur'; het nieuwe woord luidt: 'lampekopstuur'!

 

{fcomment id=17} {ttweet}