Artikelindex

Bart en de Bergen

7 -25 juli 2012

 

door: Bart Bast

foto's: Anneke Bast

 

 

Na precies 25 jaar hebben we de vakantie nogmaals doorgebracht aan het meer van Annecy. Evenals 25 jaar geleden was ook mijn zoon Thijs deze keer mee. Nu met zijn Cube mountainbike. Uiteraard had ik mijn racefiets meegenomen.

 

 

 

 

Col des Aravis

25 Jaar geleden fietste ik de col des Aravis samen met een medekampeerder. Ik heb deze en gene het verhaal al wel eens verteld. Ik voelde me destijds niet zo zeker over routes en deze man kende de omgeving goed naar zijn zeggen. Ik zou eventueel wel met hem mee mogen fietsen maar op een nette manier liet hij weten dat hij een trainingsrondje had en dan moest ik maar ‘s met hem mee fietsen, zodat hij kon beoordelen of ik aan zijn niveau voldeed. Na een kilometer berg op was ik hem ongeveer 500 meter kwijt dus kwam ik door de keuring en fietste ik met hem de col des Aravis. Ik kon me de klim niet goed meer herinneren, ik heb in ieder geval geen herinneringen aan zwaar afzien, maar destijds, op mijn 30ste, was ik wel ongeveer op mijn sterkst.

Vanaf de camping in Doussard aan de onderkant van het meer van Annecy fiets ik via Ugine naar Flumet. Vanaf Ugine is het klimmen naar Flumet. Maar op weg hier naar toe haakte ik op het bekende fietspad van Annecy naar Albertville aan bij een groepje Amerikanen. Ik raakte in gesprek met een van hen die vertelde de CEO van een Amerikaanse cycling organisatie te zijn. Hij vertelde dat ze in Nederland bezig waren met het zoeken van een locatie voor een trainingsaccommodatie. In Itzegem in België hebben ze al een trainingslocatie, maar die werd te klein; men dacht nu aan Zuid-Limburg. Ze fietsten hier in het kader van fundraising. Zij gingen ook naar de Aravis en hij waarschuwde alvast dat er sterke fietsers in de groep zaten, dat had ik ook al wel ingeschat. Een fietser viel op door zijn bijzonder geconstrueerde rem. Het zag eruit alsof er een extra hefboom op aangebracht was. De man was duidelijk in zijn nopjes met het feit, dat ik zijn “special breakes” had ontdekt. Maar in Flumet ging het gezelschap aan de kant, dus fietste ik in mijn eentje door naar de col. In eerste instantie loopt de weg weer wat naar beneden. Vanaf La Giettaz begint het klimmen echt. De klim is niet heel erg lang en de stijging bedraagt 6% tot 7% over ongeveer 7 kilometer naar 1486 meter hoogte. (Het meer van Annecy ligt op ongeveer 400 meter hoogte). Vlak voor de top werd ik door één van de snelle Amerikanen ingehaald. Maar nadat ik even wat had gegeten, waren zeker alle Amerikanen nog niet boven en viel de door de CEO gesuggereerde sterkte van de groep toch nog wel wat mee. Ik daalde af richting La Clusaz en van daar ging ik links af naar de col la Croix Fry op 1467 meter hoogte. De afdaling komt uit op de D12 die terugvoert via de col du Marais naar Faverges en Doussard maar zoals de naam al doet vermoeden, gaat dat zeker niet alleen maar bergafwaarts. Ook hier moest ik weer aan de bak. De totale afstand kwam op 95 km en de rest van de dag waren de praatjes er wel af.

   

 

 

Col de Leschaux

Enkele dagen eerder fietste ik samen met een buurman en zijn 12 jarige zoon, die wedstrijden fietste, de col de Leschaux. We fietsten via het fietspad richting Annecy maar aangezien er geen richtingsborden op het fietspad staan, was het een gok waar we richting de col zouden fietsen. Nadat we de weg naar Annecy waren overgestoken, kwamen we op een weggetje, wat ongeveer de Keutenberg was, maar dan in zes stukken geknipt. Maar we kwamen wel op de D912 uit. Tijdens de klim, uiteraard op het tempo van de zoon, werden we ingehaald door een Fransoos die perfect Engels sprak. Op mijn vraag hoe het kon dat ik voor het eerst in mijn leven een goed Engels sprekende Fransman tegen kwam, vertelde hij jaren in London te hebben gewoond. Hij zei dat het de moeite waard zou zijn om op de col de Leschaux rechtsaf te gaan naar de Crêt de Châtillon. Dat zou nogmaals 8 kilometer klimmen zijn, waarbij de laatste 3 kilometer wat steiler zouden zijn. De klim naar col de Leschaux is niet moeilijk en de zoon gaf aan wel verder te willen klimmen. Maar goed en wel begonnen leek het hem bij nader inzien toch geen goed plan en vader en zoon keerden om richting het meer. Ik besloot toch maar verder te klimmen en het bleek ook een mooie klim te zijn, waarvan de laatste 3 kilometer inderdaad stevig waren; hoewel niet aangegeven, denk ik variërend tussen 6% en 8%. Boven gekomen kijk je bij mooi weer op de Mont Blanc. Vervolgens daalde ik ook weer af en op de Col de Leschaux ging ik rechtdoor om via de D10 terug te fietsen naar St. Jorioz en via het fietspad weer naar Doussard. Dit fietspad was vroeger de spoorweg van Annecy naar Albertville. 75 Kilometer op de teller.

Later beklom ik samen met Thijs de Leschaux vanuit St. Jotias en we daalden af via de D912.

 

 

Col des Saisies

De volgende trip ging naar col des Saisies op ongeveer 1500 meter. De aanloop is hetzelfde als die naar de Aravis. Je zou het als saai kunnen beschouwen om weer dezelfde route te fietsen, maar de klim van Ugine naar Flumet, Georges de l’Arly, met een afstand van 13 kilometer is ook stevig en mooi qua natuur. Daar waar het in Flumet linksaf gaat naar de Aravis gaat het nu rechtsaf de brug over. Net voordat ik aan de klim begon, keerde een fietser die weer omhoog ging en die er dermate gesoigneerd uitzag dat ik besloot er maar 's beleefd achter te blijven. Maar na enige bochten achter hem te hebben gefietst, durfde ik het wel aan om hem in te halen en hij was verrassend snel uit beeld achter mij. Ook op deze klim staan de bekende kilometerpaaltjes met de hoogteaanduiding, de nog af te leggen afstand naar de top en het stijgingspercentage van de volgende kilometer. Deze klim is 15 kilometer en stijgt ook 6% tot 8% maar er zijn onderweg twee stukken waarvan een ongeveer 2 kilometer vlak. Ik ben dezelfde weg terug gegaan en kwam op 105 kilometer maar je zou ook aan de andere kant af kunnen dalen en dan via Albertville terug kunnen gaan; dat is wel een stuk verder.

 

 

Cormet de Roselend

Vooraf had ik mij voorgenomen om ook de Cormet de Roselend, die we twee jaar geleden tijdens de La Plagne week hebben gefietst, nu vanaf de andere kant te beklimmen. Samen met Thijs ging ik met de auto naar Ugine vanwaar Thijs de Aravis ging beklimmen en ik de Roselend. Via het fietspad ging ik richting Albertville. Vlak voor Albertville mocht ik, dacht ik op dat moment, niet verder. Achteraf bleek op de terugweg dat dat voor 100 meter verder gold en dat ik het fietspad gewoon had kunnen volgen. Daardoor moest ik dus gelijk flink klimmen via Césarches. Maar achteraf bleek dat ik vanuit Albertville nog een zwaardere klim voor de kiezen had gekregen. Ik kwam op de D925 naar Beaufort vanwaar de klim naar de Roselend begint. De aanloop loopt voortdurend licht omhoog tot Beaufort. In de klim haalde ik een groep Duitsers met begeleiders in. Toen de begeleiders onderweg partjes appel uit gingen delen aan de groep ben ik maar even blijven fietsen en ik had een partje te pakken voordat de begeleidster er erg in had, maar ze kon er wel om lachen. Ik herinner mij dat Leo Sijtsma 2 jaar geleden op de top gewag maakte van een mooi stuwmeer dat iets over de top lag. Uiteindelijk had niemand veel trek om af te dalen en vervolgens terug te klimmen. Dat was dan ook nog zo’n 4 kilometer geweest. Maar hij had gelijk, het was een mooi plaatje. Aangezien het niet te warm was, ben ik vrij snel weer aan de afdaling begonnen en teruggefietst naar de camping wat het totaal op 115 kilometer bracht.    

 

 

Crêt de Chatillon

Thijs begon zich steeds sterker te voelen en wilde nog wel een flinke klim gaan doen. Samen hebben we de Crêt de Châtillon op ongeveer 1500 meter beklommen maar nu vanuit Annecy. Het is bepaald een stevige klim van 19,5 kilometer en de stijging is niet aangegeven maar ik schat dat het steeds tussen 6% en 8%. Hoe hoger we kwamen hoe slechter het weer, regen en dichte mist op de top. Thijs was er niet rouwig om toen we uiteindelijk op de top aankwamen, maar het bevalt me wel dat hij te eigenwijs is om onderweg ook maar een voet op de grond te zetten. Naar beneden zonder regenjasjes was bepaald niet aangenaam. De afstand kwam op 75 kilometer uit.         

 

 

Col de Forclaz

Op de laatste dag heb ik de col de Forclaz beklommen. Thijs had deze klim al enkele dagen eerder gedaan en ik geloof, dat hij onderweg enkele onwelvoeglijke woorden heeft gebruikt. Deze col ligt aan de oostkant van het meer. Het is de berg waar per dag honderden parapenters naar beneden springen zodat de hemel steeds vrolijk gekleurd is. Ik deed de klim vanaf de zuidkant. Deze klim staat bekend als de steilste kant. Onderweg kom je twee stukken van 13% tegen waarvan het laatste het langst is: ik schat zeker twee kilometer. De klim is in totaal 8.5 kilometer. Deze klim heb ik 25 jaar geleden niet gedaan. Eigenlijk had ik er toen een beetje schrik van maar achteraf wel een beetje ten onrechte. Ik daalde af via de andere kant en via Menthon St.-Bernard ging het langs het meer terug naar de camping. Uiteraard was het een klein rondje van slechts 35 kilometer. Ik merkte wel dat het langs het meer flink drukker is dan 25 jaar geleden en een rondje meer is bijna kamikaze met de vrolijke Franse chauffeur.

 

 

Hiermee zit het vakantiefietsen er op; ik ben tevreden over de klimkilometers die ik heb kunnen afleggen. Leuk is ook dat Thijs inmiddels op mijn oude Basso rond trapt want hij vindt het fietsen op de weg toch wel erg leuk. 

             

 

 {fcomment id=16} {ttweet}